rene van den bos toespraak Alex de vries

Nieuwevaart 200

1018ZN Amsterdam

+31(0)20 6264487

+31(0)6 31000323

contact@franzisengels.nl

Order is Half of Life

Het raster als uitgangspunt

 

René Eicke en René van den Bos stelden voor de Vishal in Haarlem de tentoonstelling ‘Order is Half of Life’ samen met het raster als uitgangspunt. De negen kunstenaars die ze bij elkaar brachten laten bovendien allemaal werk zien uitgevoerd in zwart-wit. Het zijn: Alexandra Roozen, Arjan Janssen, René van den Bos, Gerda Kruimer, Wouter Nijland, René Eicke, Esther Stocker, Eric de Nie en Peter Luining. Alex de Vries opende de tentoonstelling met de volgende inleiding.

 

Wanorde is in feite een vorm van orde die groter of complexer is dan die we kunnen bevatten. Als we echt moeite doen die uit te zoeken, zoals Assepoester er ondanks haar boze stiefzusters in slaagde keer op keer weer de linzen te lezen, dan brengen we het onmogelijke terug tot het mogelijke. Dat is nu precies wat erin de kunst gebeurt, vaak ook in omgekeerde volgorde. Een raster zet je natuurlijk in om eraan te ontsnappen. De systemen, rijen, regels, lijnen, kolommen, cellen, puntjes, assen, vinkjes, bullets, hokjes, nummers, letters die worden ingezet om een matrix te vormen: het is allemaal kippengaas en iedereen die wel eens kippen heeft gehouden weet dat het pluimvee zich niet door het gaas laat weerhouden om er buiten te treden als gevolg van de gevreesde kippendrift.

Het net, het web, het raderwerk: het zijn voor kunstenaars hulpmiddelen om een wortelstelsel mee te construeren dat ze vrijelijke kunnen laten groeien, alle richtingen uit die ze maar wensen. Een kunstenaar bakent zijn terrein alleen maar af om ernaast te kunnen functioneren en er naar te kijken.

 

Orde en wanorde zijn in de kunst zoiets al tij en wantij in de natuur, vloed en springvloed. Er is een bestaand verschijnsel dat onder bijzondere omstandigheden transformeert tot een fenomeen, waarvan de vervaarlijkheid een ontploffingsgevaar voor de bestaande situatie kan vormen. De kunstenaar doet er in zijn werk alles aan om die fenomenologie tot aan het punt van implosie of explosie te bewerkstelligen en de kunstenaars leggen in deze tentoonstelling een samenhangende leer van verbeeldingen aan de dag. Ze laten iets verschijnen dat zichtbaar wordt gemaakt in talloze vermeerderingen en vermenigvuldigingen, een omgekeerde vorm van reductionisme, die begint bij het niets dat iets wordt en uiteindelijk alles omvat. Het beeld ontstaat uit herhalingen van handelingen die als automatismen worden uitgevoerd. Het is een werkwijze waarin de uitvergroting van onaanzienlijkheid een obsessionele maniakaliteit begint te vertonen. Daarmee kan een voortreffelijkheid tot stand worden gebracht die een ondermijning is van de oorspronkelijke elementen waaruit het beeld is opgebouwd. Je hoeft er maar één weg te nemen en je ondergraaft het totaal. Toevoegen kan altijd, wegnemen is desastreus. De enige oplossing die dan overblijft is het maken van een uitsparing, het onbenut laten van een ruimte die kan worden ingevuld, als een hartslag die overslaat.

 

Nu is in de filosofie fenomenologie in tegenspraak met causaliteit, maar dat is in de beeldende kunst bepaald niet zo. In het maken van het werk heeft alles een oorzakelijk verband. Toch is ook de kunstenaar er tegelijkertijd alles aan gelegen de rationalisatie die ten grondslag ligt aan de beeldende handeling te relativeren als een oorzaakloos verlangen naar het onbestaanbare.

 

De kwaliteit van het werk van Alexandra Roozen bestaat eruit dat het de eigen aard bevraagt. Door iets te doen stelt ze aan de orde wat ertoe doet. Het werk heeft vooral een beginpunt, waarop alles terug te voeren is. Ze maakt een punt. En als je er een hebt gemaakt, kun je er nog zoveel maken. De ene overweging overvleugelt de andere. Er ontstaat een schakering. Juist door zo helder mogelijk te zijn komt er een beeld tot stand dat een diffuus gehalte krijgt. Ook mist bestaat uit doorzichtige druppels. De opeenvolgende gebaren die nodig zijn om een tekening tot stand te brengen, zijn onmiddellijk ook ontkenningen van wat eraan vooraf is gegaan. Je kunt ook zeggen dat het bevestigingen zijn van wat er nog op volgt. Of andersom. Haar werk is een conversie van consequentie en consistentie. Om het anders te zeggen: het is een omvorming van oorzaak en gevolg tot verdichting en samenhang waarin het beeld betekenis krijgt.

 

Kijkend naar het werk van Arjan Janssen neemt het vooral de gedaante aan van een uitsparing. Het is geen afzetting of uiteenzetting, maar een verzetting, een verplaatsing van bestaande gegevens naar een ander niveau. Daarmee schept hij ruimte. Zijn raster is een ontbindend kadaver in de annalen van het kadaster. Om deze geforceerde beeldspraak voort te zetten: hij heeft over de erfgrens van de kunst gebouwd en in het aanpalende terrein hebben ze de rijdende rechter ingeschakeld om de rechtmatigheid van zijn verbeelding aan te vechten. Als de landmeter zijn werk dan nameet, blijken de kavels ten opzichte van elkaar ruimte te hebben geschapen in een wederzijds recht van overpad. Je kunt in zijn werk buiten de grenzen treden waarbinnen het ruimte schept.

 

Bij René van den Bos is het raster een spanningsveld van geometrische abstracties. De verhoudingen binnen de getrokken kaders zinderen ten opzichte van elkaar. Er ontstaat daardoor binnen ieder werk een vorm van een luchtspiegeling, alsof alle onderdelen van het beeld buiten zichzelf treden en elkaar overlappen, terwijl er toch duidelijke grenzen zijn aangegeven. Steeds interfereert er iets waar je niet de vinger op kunt leggen. Ieder element van zijn schilderijen en tekeningen is weliswaar afzonderlijke waarneembaar, maar gezamenlijk verstoren ze de verhoudingen die je wilt duiden. In het werk van René van den Bos onderga je de ervaring dat je door een open deur wilt stappen, waarbij je over het hoofd ziet dat er een glazen afscheiding is. Je loopt onverhoeds ergens tegenaan waar je niet op had gerekend.

 

Gerda Kruimer maakt tekeningen die zich verbinden met de beeldspraak van de mazen van het net. Zij werpt met haar tekeningen als een gladiatrice iets over je manier van kijken heen. Als netvechtster of retiaria verstrikt ze je met haar werk in een web. Hoewel je precies na kunt gaan hoe de structuur ervan in elkaar zit, ben je toch machteloos en kun je je er niet van bevrijden. Haar tekeningen hebben vooral een architecturale aard en scheppen in horizontale en verticale lijnen een open ruimtelijkheid. Als je je er mentaal op instelt kun je er tussendoor bewegen. Het veroorzaakt een beleving die niet rekenkundig of rationeel meer kan worden geanalyseerd. Je raakt in de analyse van haar werk al snel de tel kwijt. Wat je ook door elkaar deelt, met elkaar vermenigvuldigt, optelt of aftrekt: er is geen uitkomst die je kunt voorspellen. Je kunt er in feite geen peil op trekken, ook niet als je de wortel ervan achterhaalt. Haar tekeningen zijn wel een vorm van machtsverheffen, maar dan vooral in de betekenis van de meest exacte uitdrukking van iets wat feitelijk ongewis is.

 

Wouter Nijland is een kunstenaar die de wetmatigheden in zijn werk een handje helpt met behulp van het toeval. Hij laat door willekeurige beslissingen die door het lot worden bepaald zijn werk per keer een gedaante aannemen. Het is een kwestie van het compliceren van de beperkingen waarvoor hij heeft gekozen. Hij hanteert een systeem van samenstellingen die enerzijds binnen een vaste orde vallen en die anderzijds bij toeval aan die orde ontkomen. Rangschikking van beeldelementen wordt daardoor bij hem constructie en deconstructie ineen. Je kunt er zelfs met een afstandelijke blik naar kijken om de nabijheid van zijn beelden te ondergaan. Het beschouwen van zijn werk is het overwegen van een ‘educated guess’, een gefundeerde schatting, zoals je bij een prijsvraag er een slag naar kunt slaan hoeveel bonen er in een pot zitten. Wouter Nijland heeft ze erin gestopt.

 

Als René Eicke stippen in een raster zet, plaatst hij cirkels in rechthoeken, rondjes in kaders. Bij hem is die ordening al het halve werk. Maar die andere helft is wel nog veelomvattender dan die eerste. Door te kiezen voor een bepaalde systematiek weet hij waaraan hij toe is, maar de consequentie daarvan is dat er vrijwel geen eind aan komt. Je kunt niet op je schreden terugkeren. Er moet iets worden vervolmaakt. Daarbij heeft zijn werk een tere aard, waardoor het idee wordt versterkt dat de uitvoering van het werk ieder moment kan stuklopen op onvolkomenheden die onherstelbaar zijn. Dat kwetsbare karakter, dat ook nog eens door voortdurende herhaling wordt geïntensiveerd, maakt uiteindelijk de kracht van zijn werk uit. Bij het zien van het werk overvalt je als kijker de machteloosheid dat steeds weer opnieuw aan zo’n werk moet worden begonnen, omdat er nu eenmaal een voornemen is dat de kunstenaar niet uit de weg kan gaan. Waar de kijker moedeloos van wordt is de durf van de kunstenaar om dat bij hem te veroorzaken.

 

Het raster is bij Esther Stocker een mogelijkheid om eenvoud en complexiteit te vervlechten of juist te ontvlechten. Het raster is niet alleen een hulpmiddel dat de kunstenaar in staat stelt om schaalvergrotingen en verkleiningen te bewerkstelligen. Ze vormen ook zelfstandig geloofwaardige ruimtelijke constructies, zowel in het platte vlak als sculpturaal. Esther Stocker streeft die geloofwaardigheid na in mathematische, abstracte structuren die voornamelijk bestaan uit hiaten, lacunes, leegtes, leemten, manco’s, gapingen tussen lijnen en ruiten. Haar rasters tonen aan dat er iets tussen het niets zit.

 

De zwart-wit tekeningen van Eric de Nie laten rasters zien die zich voordoen als papieren waarop de uitslag van seismografische metingen is neergeslagen. Alleen zijn het geen machinaal ogende computeruitdraaien, maar handschriftelijke en gevoelvolle zenuwtrekken. Ze zien eruit alsof ze met een wichelroede op zoek naar energievelden zijn gemaakt. Er is welhaast op de blinde tast een weg afgeleid die zichtbaar maakt wat onderhuids of onderaards aanwezig is. Een raster vormt zich bijvoorbeeld als je een eg door een geploegde akker trekt. Zo ontstaat een zaaipatroon. Eric de Nie is een kunstenaar die ploegt, egt, zaait en oogst in zijn hoofd, in zijn verbeelding.

 

Peter Luining zit op het net. Dat houdt in dat zijn werk een interactie aangaat met een kijker die ook een gebruiker kan zijn. De netkunst die hij maakt, bestaat uit minimale interventies die eenmaal begonnen een eindeloze en dus maximale consequentie in zich dragen. Wat voor grid je ook maakt, er valt altijd iets buiten. Binnen iedere ritmiek is de afwijking ervan de bevestiging van het stelsel. De uitzondering op de regel maakt het arrangement van het geheel mogelijk. Bij Peter Luining neemt het de gedaante die de inhoudelijke betekenis ervan een dynamische verschijningsvorm verleent. Verstilling creëert ruimte voor onverholen beelden.

 

Deze tentoonstelling telt negen kunstenaars die drie maal drie een uitgelezen raster vormen. Negen vormt als het kwadraat van drie, een vierkant raster met een oneven aantal cellen. Het is het raster waar we boter, kaas en eieren mee spelen. Een Nederlandser raster bestaat er niet, al zit er nu in de persoon van Esther Stocker ook een Duits sprekende Zuid-Tiroolse Italiaanse in. Boter, kaas en eieren: je kunt er een uitstekende soufflé van maken. Het komt erop aan die niet in elkaar te laten zakken.

 

De tentoonstelling ‘Order is Half of Life’ is te zien tot en met 16 juli 2017.

 

www.vishal.nl

 

Alex de Vries